Skip to main content

Lang voordat we aan onze reis begonnen, spraken we al over het fietsen over de Transfăgărășan. Deze spectaculaire route wordt vaak de mooiste bergpas ter wereld genoemd. Na lang wachten was het eindelijk zover, maar toen hoorden we dat de weg tot 1 juli gesloten zou zijn vanwege sneeuw en vallende stenen. We waren erg teleurgesteld, totdat onze Warmshowers-host vertelde dat een andere fietser er drie weken eerder gewoon overheen was gereden. We ontdekten dat de pas tot 1 juli alleen open is voor fietsers en wandelaars. Zo begon onze tocht over een van de mooiste wegen waarop we ooit hebben gefietst.

Transfagarasan
De Transfăgărășan is een bergweg van ongeveer 90 km, gelegen in het hart van Roemenië. De weg loopt dwars door de Făgăraș-bergen (vandaar de naam trans + Făgăraș) in de Transsylvanische Alpen. Met talloze haarspeldbochten vormt de route een echte uitdaging voor elke fietser.

De Transfăgărășan telt meer tunnels en viaducten dan welke andere weg in Roemenië ook. Op het hoogste punt (2134 meter) bij het Bâlea-meer ligt de langste (875 m) en hoogste tunnel van Roemenië. Deze tunnel vormt de verbinding tussen Transsylvanië en Walachije.

De weg is vaak gesloten van oktober tot juni vanwege sneeuw. Gelukkig mogen fietsers en wandelaars er wel doorheen – op eigen risico! Tijdens onze tocht waren we vaak de enige reizigers: meer dan 40 kilometer zonder iemand tegen te komen! Er lag nog veel sneeuw, de weg was ruw en bezaaid met rotsblokken, de voornaamste reden waarom hij voor auto's gesloten blijft.

Geschiedenis
De Transfăgărășan werd gebouwd tussen 1970 en 1974 door het Roemeense leger. Na de Sovjetinvasie van Tsjecho-Slowakije in 1968 liet dictator Nicolae Ceaușescu de weg aanleggen als strategische militaire route, voor het geval de Sovjets ook Roemenië binnen zouden vallen.

Voor de bouw werden 6000 ton dynamiet gebruikt om een pad te creëren, vooral aan de noordzijde waar de weg het spectaculairst is. Tijdens de bouw kwamen veertig soldaten om het leven.

Fietsen op de Transfagarasan
Een paar kilometer voorbij Curtea de Argeș, waar de Transfăgărășan begint, verandert het landschap al snel in een klassiek berglandschap met dennenbossen en alpenweiden. De weg is hier in slechte staat, dus let goed op gaten en stenen.

De route start in Bascov en volgt de vallei langs de rivier de Argeș. Na het hoogste punt daalt de weg af naar Cârțișoara, waar hij eindigt.

Na het laatste dorp Căpățâneni zie je een bord naar Kasteel Poenari – de burcht van Vlad de Spietser, bekend geworden door zijn gruwelijke straffen zoals spietsen, koken en villen. Bram Stoker’s fictieve personage Dracula is op hem gebaseerd. Vanaf de voet moet je 1480 traptreden beklimmen, maar het uitzicht is de moeite waard.

Vidraru Dam
Verder noordelijk bereik je het Vidraru-meer, een stuwmeer dat wordt tegengehouden door de imposante Vidraru-dam: 165 meter hoog, 305 meter lang en goed voor 465 miljoen kubieke meter water.

Let op: neem de weg die over de dam loopt (rechts) – deze is in betere staat.

De klim naar de top
Na de Vidraru-dam wordt de natuur steeds indrukwekkender. Hier begint de echte klim over de Transfăgărășan. Omdat we niet zeker wisten waar we onze accu’s konden opladen, fietsten we de eerste dag op Eco-modus.

’s Middags vonden we een restaurant waar we konden schuilen voor een onweersbui. We besloten te kamperen, zodat we rustig van de natuur konden genieten.

Aangezien Roemenië bekend staat om zijn beren, kozen we ervoor om dicht bij een bewoonde plek te slapen. We waren voorzichtig, maar hoopten toch een beer te spotten!

Tip: vlak voor de laatste klim zijn er twee restaurants waar je je batterij kunt opladen, lunchen en even kunt uitrusten. Aan de overkant van de weg kun je gratis kamperen.

Balea-meer
Die nacht bleef het rustig en genoten we de volgende ochtend van een ontbijtje langs een prachtige rivier. Daarna vervolgden we onze klim naar de top.

Onderweg zie je talloze watervallen en adembenemende uitzichten. Uiteindelijk bereik je het hoogste punt, waar de weg door een tunnel onder de Paltinu-rug gaat.

Omdat de tunnel nog gesloten was voor auto’s, konden wij als fietsers en wandelaars door een kleine deur in de metalen muur. Ongeveer 1 kilometer in totale duisternis fietsen was behoorlijk spannend!

Let op: in de tunnel is de weg altijd nat en glad – wees extra voorzichtig.

Na de tunnel bereik je het Bâlea-meer, een helder gletsjermeer omgeven door bergtoppen. In de winter wordt hier een ijshotel gebouwd, bereikbaar per kabelbaan vanaf Bâlea-waterval. Het hotel blijft open tot het in april smelt.

De afdaling en een onvergetelijke ontmoeting
Na het bewonderen van het Bâlea-meer begonnen we aan de afdaling. Bij helder weer heb je een prachtig uitzicht over de vallei, met talloze haarspeldbochten.

Na enkele honderden meters maakten de ruige rotspartijen plaats voor dichte dennenbossen. Hier beleefden we een van de meest bijzondere momenten van onze reis: we zagen een beer!

De beer zat rustig langs de kant van de weg in de zon te genieten. We konden op veilige afstand (ongeveer 10 meter) passeren en maakten snel wat foto’s.

Nog helemaal onder de indruk vervolgden we onze weg. De route eindigt in Cârțișoara, waar je nog het Cisterciënzerklooster kunt bezoeken.

Belangrijke tips
Reis je door berengebied? Maak lawaai zodat beren je opmerken en neem voorzorgsmaatregelen tijdens het kamperen. Check altijd vooraf de weers- en wegomstandigheden. Soms blijft de weg tot november open, maar het kan zelfs in augustus nog sneeuwen.

Delen